Opgeleid aan de Rijksschool voor Kunstnijverheid in het Rijksmuseum werkte Zwart vanaf 1919 voor de architecten Jan Wils en H.P. Berlage. Geleidelijk ging de grafische vormgeving een steeds belangrijker rol spelen in zijn beroepspraktijk, waarbij hij aanvankelijk beïnvloed werd door dadaïstische typografische experimenten. Begin 1923 bracht H.P. Berlage hem in contact met de Nederlandse Kabelfabriek (NKF) in Delft - zijn belangrijkste opdrachtgever in de jaren twintig, later gevolgd door de PTT en Bruynzeel.
Geïnspireerd door El Lissitzky gebruikte Piet Zwart in 1924 voor het eerst een fotogram in een boekje voor de NKF. In de tweede helft van de jaren twintig ging de fotografie een steeds belangrijker rol spelen in zijn reclamedrukwerken en in 1929 ging hij zelf fotograferen. In de geest van de 'typophoto' streefde Zwart naar een integratie van typo- en fotografie. Zijn fotografische opnamen stonden in dienst van de reclame. Zonder artistieke pretenties liet hij zich vooral inspireren door de wetenschappelijke fotografie.
Het fotografische oeuvre van Piet Zwart is ontstaan in een periode van nauwelijks één decennium, maar behoort tot het belangrijkste uit het interbellum. De betekenis ervan wordt onderstreept door zijn fototheoretische geschriften en bijdrage aan de internationale doorbraak van de Nieuwe Typo- en Fotografie, onder meer als lid van de 'ring neuer werbegestalter' en als verantwoordelijke voor de Nederlandse inzending op de tentoonstelling Film und Foto (FiFo) van 1929 in Stuttgart.
Piet Zwart was een vormgever in de ruimste zin van het woord: textiel en interieur, architectuur, fotografie en grafische vormgeving behoorden tot zijn werkterreinen. Op het laatste gebied zou hij internationale faam verwerven en in ons land is er een prijs en opleidingsinstituut naar hem vernoemd.
Gebruik onderstaande code om deze fotograaf te tonen in andere websites